Gedichten bij het openingswoord Nico Haasbroek
Schoon schip
Looijschelder, drie en vijftig, Rotterdammer
Het binnenschip kwam aan de wal
Dat hij de kunst in ging vond vader jammer
Maar Pierre en Henk die stonden pal.
Hij tekent, schildert, ‘galeriet’
Licht en lucht, water, vuur
Hij ziet, hij ziet wat jij niet ziet
En looit zo nu en dan het zuur.
Vindt U Looij mooi, laat hem dat weten
Maar weet hoe hem dat raakt
Daar kan hij niet van eten.
De warmte gekeurd
Schoon schip gemaakt
Verlangens verscheurd.
Nico Haasbroek
De afstand tot de schoonheid is niet te overbruggen
Alles in een kader, soms met wat prikkeldraad
Verhalen vol ovalen
Een vlieger in nacht
Surrealiteit, gesublimeerde eenzaamheid.
Nico Haasbroek
30 mei 1999
|